09-06-26

Opvoeden gaat met hobbels

Presentatie Veerkracht in Opvoeden

Opvoeden gaat niet altijd vanzelf. Ieder kind ontwikkelt zich in fases en in een eigen tempo. Dat gaat met vallen en opstaan. Dat is normaal. Tegelijkertijd staat de jeugdzorg onder druk. Daarom is het belangrijk om goed te kijken welke vragen bij het gewone opgroeien horen, welke steun dichtbij beschikbaar is en wanneer specialistische hulp nodig is.

Binnen de coalitie Kansrijk Opgroeien deed Fleur de Kinderen, masterstudent Jeugdontwikkeling en Sociale Verandering aan de Universiteit Utrecht, onderzoek naar dit vraagstuk. Haar opdracht maakte deel uit van het project Veerkracht in Opvoeden.

“Het doel van het project is om professionals te versterken,” vertelt Fleur. “Zodat zij gezinnen beter kunnen ondersteunen bij opvoeduitdagingen. Door meer preventief te werken, te normaliseren en de veerkracht van gezinnen zelf te versterken.”

Wat betekent normaliseren?

Een belangrijk begrip in het onderzoek is ‘normaliseren’. Dat woord klinkt voor veel mensen abstract. Soms roept het zelfs weerstand op, omdat het kan voelen alsof zorgen minder serieus worden genomen. Fleur legt uit dat dit juist niet de bedoeling is.

“Normaliseren betekent dat je erkent dat opvoeden en opgroeien met hobbels gaat. Het hoeft niet allemaal perfect te gaan. Je kijkt eerst: wat hoort nog bij de normale ontwikkeling? Wat kunnen ouders, kinderen en hun omgeving zelf? En welke steun is dichtbij beschikbaar?”

Volgens Fleur betekent normaliseren dus niet dat problemen worden weggewuifd. Het gaat ook niet om het te lang uitstellen van hulp. “Het is nadrukkelijk niet: ergens meteen een label op plakken. Maar het is ook niet: zorgen negeren. Het vraagt juist om zorgvuldig kijken wat er speelt en wanneer extra hulp nodig is.”

Fleur de Kinderen presenteerde de eerste resultaten van haar onderzoek naar Veerkracht in Opvoeden binnen de coalitie Kansrijk Opgroeien.
Fleur de Kinderen presenteerde de resultaten van haar onderzoek naar Veerkracht in Opvoeden.

Breed kijken naar kind en gezin

Voor haar onderzoek sprak Fleur met 18 professionals uit de Gelderse Vallei. Zij interviewde onder meer mensen van gemeenten, jeugdgezondheidszorg, huisartsen, welzijn en andere organisaties die werken met kinderen, jongeren en gezinnen.

Wat haar opviel: veel professionals werken al op een normaliserende manier. Alleen is dat niet altijd zichtbaar of goed verbonden met wat er regionaal gebeurt.

“Professionals kijken vaak al breder dan alleen naar het kind,” zegt Fleur. “Ze nemen ook de thuissituatie, school, vrije tijd en de omgeving mee. Het kind is niet ‘het probleem’. Je moet de context begrijpen.”

Tegelijkertijd ziet Fleur dat professionals onder druk staan. Door wachtlijsten, hoge verwachtingen en veel verschillende taken is het soms lastig om preventief te blijven werken. “Professionals willen gezinnen goed helpen. Maar ze lopen ook tegen het systeem aan. Er zijn veel initiatieven en veel betrokken partijen, maar het overzicht ontbreekt soms.”

Veel aanbod, maar niet altijd goed vindbaar

Een terugkerend punt in de interviews is dat er in de regio al veel gebeurt. Er zijn trainingen, oudergroepen, laagdrempelige voorzieningen, vrijwilligersinitiatieven en vormen van ondersteuning. Toch weten professionals niet altijd wat er beschikbaar is of bij wie ze terechtkunnen.

Fleur noemt het voorbeeld van een huisarts die gezinnen goed kent, maar niet altijd zicht heeft op passend preventief aanbod in de gemeente. “Als een huisarts beter weet welke trainingen of vormen van ondersteuning er zijn, kan hij of zij gezinnen sneller en gerichter verder helpen. Dat voorkomt dat gezinnen van de ene naar de andere plek worden gestuurd.”

Daarom is een duidelijke sociale kaart belangrijk, als praktisch hulpmiddel voor professionals. Zodat zij sneller weten wie ze kunnen benaderen en welke steun dichtbij beschikbaar is.

Samen leren van praktijkvoorbeelden

Uit de interviews blijkt ook dat professionals behoefte hebben aan meer structurele uitwisseling. Niet steeds losse bijeenkomsten met wisselende gezichten, maar vaste momenten waarop mensen elkaar beter leren kennen en praktijkvoorbeelden delen.

“Professionals gaven aan dat ze veel van elkaar kunnen leren,” vertelt Fleur. “Bijvoorbeeld door casussen te bespreken: wat werkt in de ene gemeente, en wat kunnen anderen daarvan meenemen? Het gaat niet altijd om nieuwe ideeën bedenken. Vaak is het juist belangrijk om beter gebruik te maken van wat er al is.”

Daarbij is ruimte nodig voor lokale verschillen. Wat werkt in een grotere gemeente als Veenendaal, werkt niet automatisch op dezelfde manier in een kleinere gemeente als Scherpenzeel of Renswoude. Regionale samenwerking helpt om uitgangspunten, taal en kennis te delen. De uitvoering vraagt om lokale vertaling.

De regio als belangrijke schakel

Een van de belangrijkste inzichten uit het onderzoek is dat professionals dit niet alleen kunnen. Normaliserend werken vraagt iets van professionals, maar ook van organisaties, gemeenten en regionale samenwerking.

Fleur ziet de regio als een belangrijke schakel. “Professionals willen vaak al preventief en normaliserend werken. Ze geven aan dat dit in hun DNA zit. Maar de manier waarop het systeem is ingericht, maakt dat soms moeilijk. De regio kan helpen om dat makkelijker te maken: door overzicht te bieden, korte lijnen te versterken en ruimte te maken voor kennisuitwisseling.”

Dat sluit aan bij de bredere beweging binnen Vitale Gelderse Vallei: passende ondersteuning dichtbij, meer aandacht voor preventie en betere samenwerking tussen zorg, welzijn, gemeenten en andere partners.

Regionale bijeenkomst in het najaar

De eerste fase van het project Veerkracht in Opvoeden is nu afgerond. De inzichten uit het onderzoek vormen de basis voor een regionale bijeenkomst die dit najaar plaatsvindt. Tijdens deze bijeenkomst gaan professionals en partners verder met de vraag hoe zij gezinnen kunnen ondersteunen bij opvoeduitdagingen, zonder problemen te snel te medicaliseren en zonder passende hulp uit het oog te verliezen.

De bijeenkomst wordt bedoeld als een praktische en interactieve stap. Om kennis te delen, maar vooral om met elkaar te oefenen, ervaringen uit te wisselen en afspraken te maken die professionals in hun dagelijkse werk helpen.

Fleur hoopt dat haar onderzoek daar een goede basis voor biedt. “Ik heb gezien hoeveel inzet en betrokkenheid er al is. Mensen in het sociale domein willen echt helpen. Juist daarom is het belangrijk om het samen te doen. Eén professional of één organisatie kan dit niet alleen.”

Meer weten

De resultaten van het onderzoek van Fleur de Kinderen zijn hier te vinden.

Wil je meer weten over het project Veerkracht in Opvoeden of de regionale bijeenkomst dit najaar? Neem dan contact op met Anneke Jansen, programmamanager van de coalitie Kansrijk Opgroeien.

Deel deze pagina